Antiek & Curiosa
Zeldzame tinnen reliëfschotel ('Noahteller' / Edelzinnteller) – gedateerd 1619 Naar Hans Spatz (Neurenberg), 17e / vroeg 18e eeuw
Zeldzame tinnen reliëfschotel ('Noahteller' / Edelzinnteller) – gedateerd 1619 Naar Hans Spatz (Neurenberg), 17e / vroeg 18e eeuw
Kan beschikbaarheid voor afhalen niet laden
Paulus (Baulus) Öham d. Ä. & Dynastie Spatz (Hintze II, nr. 193) – Zusterstuk Collectie Frits Philips (Dubbe cat.nr. 110) – Herkomst: Collectie JF Monasso
Bijzonder fijn en flinterdun gegoten tinnen pronkschoteltje (Edelzinnteller / Schaugeschirr), rijk gedecoreerd in hoogreliëf met voorstellingen uit het Bijbelboek Genesis. Dit type sierbord was in de 17e eeuw niet bedoeld voor dagelijks gebruik aan tafel, maar diende als kostbaar pronkstuk op het dressoir of in de kunstkamer, ter vervanging van gedreven edelmetaal.
Forensische toeschrijving & Vergelijking met de Collectie Frits Philips Dit bordje uit de Collectie JF Monasso is het exacte zusterstuk van het beroemde exemplaar uit de Collectie Frits Philips (beschreven en afgebeeld door B. Dubbe, Keuze uit de verzameling tin van Frits Philips, 1983, cat.nr. 110, Ø 17,5 cm).
Waar Dubbe het stuk destijds onder verwijzing naar Hintze II, nr. 258 toeschreef aan Hans Spatz II, bewijst microscopische inspectie van het vormmerk tussen God en Eva dat het hier de matrijsstaat Hintze Band II (Nürnberger Zinn), p. 67, nr. 193 betreft van de oorspronkelijke Neurenbergse vormheer Paulus (Baulus) Öham de Oude (meester 1604–1634). Zoals Erwin Hintze bij nr. 193 documenteert, toont dit specifieke 17,5 cm model in de rechterhelft van het Neurenbergse wapenschild de letter B (Baulus) boven de tot een halve cirkel bijgewerkte letter Ö (Öham). Dit onderscheidt dit vroege exemplaar onmiddellijk van latere 19e-eeuwse afgietsels (Hintze nr. 194), die door gietkrimp slechts 17,2 cm meten en een leeg fantasiemerk zonder letters voeren.
Vergeleken met het exemplaar uit de collectie Frits Philips (dat een later ingeslagen merk in de gladde spiegelkiel en een later aan de rand gesoldeerd ophangoog vertoont), verkeert dit exemplaar uit de Collectie JF Monasso in een nog volledig ongeschonden, zuivere staat zonder storende latere toevoegingen.
Genealogische tijdlijn van de Neurenbergse gietvorm (1619 – 1752) Aan de hand van Erwin Hintze (Band II, Nürnberger Zinn) laat de levensloop van deze beroemde ijzeren matrijs (waarvan de originele gietvorm bewaard wordt in het Kunstgewerbemuseum te Leipzig, inv.nr. 09.93) zich van generatie op generatie reconstrueren:
-
1619 – 1634 | Paulus (Baulus) Öham d. Ä. (Hintze nr. 191 & 193): Oorspronkelijke vormheer in Neurenberg (meester in 1604, Geschworener 1626–1630, gestorven aan de pest in september 1634). Hij sneed zijn meesterteken (B Ö naast de Neurenbergse adelaar) tussen God en Eva in de vorm. Bij het bijwerken van de vorm kreeg de onderste letter Ö de vorm van een halve cirkel (Hintze nr. 193, Dm. 17,5 cm).
-
1630 – 1670 | Hans Spatz II (Hintze nr. 258a): Nam de gietvorm na Öhams dood over in zijn werkplaats en goot er borden uit waarop het (deels bijgewerkte) vormmerk van Paulus Öham zichtbaar bleef.
-
1671 – 1675 | Hans Nicolaus Spatz (Hintze nr. 323a): Zoon van Hans Spatz II; erfde de matrijs na het overlijden van zijn vader in 1670.
-
1704 – 1752 | Andreas Spatz (Hintze nr. 378a): Kleinzoon uit het geslacht Spatz (meester in 1704, Geschworener 1727–1729, overleden in het Neurenbergse Zwölfbrüderkloster in 1752), die eveneens uit deze vorm met het bijgewerkte Öham-merk en exacte diameter van 17,5 cm goot.
Iconografie & Voorstelling
-
De Spiegel (het midden): Centraal binnen een kabelrand bevindt zich het dankoffer van Noach na de Zondvloed. Noach knielt met zijn familie voor het brandende altaar (waarachter een hert staat), terwijl rechts op het gebergte de Ark rust en in de hemel God de Vader boven de regenboog verschijnt. Onder de voorstelling prijkt het vierregelige opschrift: "NOE • GIENG • AVS • DER • ARCH • GETROST • OPFERDT • 16 • GOTT • 19" (1619).
-
De Vlag (de rand): Vier langovale cartouches binnen koordlijsten, telkens afgewisseld door renaissancistische vazen met bloemen en ranken:
-
Boven: God de Vader schept Eva uit de rib van de slapende Adam.
-
Links: God vermaant Adam en Eva voor de Boom der Kennis van Goed en Kwaad.
-
Onder: De Zondeval met de gekroonde slang bij de Boom der Wijsheid.
-
Rechts: De verdrijving uit het Paradijs door de aartsengel met het vlammende zwaard.
-
De 4 Matrijsmerken in het reliëf (identiek aan Collectie Frits Philips)
-
Meesterteken Paulus (Baulus) Öham d. Ä. (bovenste cartouche): Tussen God en Eva bevindt zich het in de vorm gesneden Neurenbergse wapenschild met links de halve rijksadelaar en rechts tussen de schuinbalken de letter B en de tot een halve cirkel gevormde Ö (Hintze Band II, p. 67, nr. 193).
-
Vormsnijdersmerk 'R.S.' (rechter cartouche): In de scène van de verdrijving uit het Paradijs bevindt zich het huismerk met de letters R.S. van de Neurenbergse vormsnijder (Dubbe 1983, cat.nr. 110).
-
Wapenschild met drie torens (onderste cartouche rechts): Rechtsonder bij de Zondeval (georiënteerd vanaf de buitenrand) een gekabeld schildje met drie gekanteelde torens en initialen, exact zoals aanwezig in de matrijs op het exemplaar van Frits Philips.
-
Ovaal medaillon met randschrift (onderste cartouche links): Linksonder bij de Zondeval een ovaal keurmedaillon met staande figuur en randschrift, eveneens identiek meegegoten op het exemplaar uit de collectie Frits Philips.
Technische uitvoering & Conditie Het bordje is op authentieke wijze flinterdun gegoten uit de tweedelige vaste vorm en weegt slechts 195 gram. De achterzijde toont de karakteristieke, fijne concentrische draaisporen van het handmatig afdraaien op de draaibank, evenals de natuurlijke vloeisporen en stollingszone in de holle kiel waar de wanddikte het dunst is. Verkeert in een prachtige, eerlijke en ongerestaureerde staat met een fraai oud tinpatina (zonder ophangoog of latere insnoeringen). Wordt geleverd inclusief uitgebreid 4-pagina's tellend expertiserapport.
Specificaties & Literatuur
-
Herkomst: Neurenberg, Duitsland (model Paulus Öham d. Ä. 1619 / werkplaats Spatz)
-
Provenance: Particuliere Collectie JF Monasso
-
Diameter: 17,4 – 17,5 cm (exacte originele matrijsmaat conform Hintze nr. 193 en Dubbe cat.nr. 110)
-
Gewicht: 195 gram
-
Museale referenties: Victoria and Albert Museum, Londen; Kunstgewerbemuseum, Leipzig; Maximilians-Museum, Augsburg; Kunstgewerbemuseum, Keulen; Kunstgewerbemuseum, Dresden; Collectie Frits Philips, Eindhoven.
-
Literatuur:
-
E. Hintze, Die deutschen Zinngießer und ihre Marken, Band II (Nürnberger Zinn), nr. 191, nr. 193, nr. 258a, nr. 323a & nr. 378a.
-
B. Dubbe, Keuze uit de verzameling tin van Frits Philips (1983), p. 110, cat.nr. 110 (afgebeeld).
-
H.-U. Haedeke, Zinn (1963), p. 209 & cat. Kunstgewerbemuseum Keulen (1976), nr. 237.
-
Share
